Wat weten wij van de familie Den Hartog?

Wat weten we van de familie Den Hartog?

Eigenlijk is er van de familie Den Hartog uit de Juliana van Stolbergstraat 25 in Zwijndrecht niet zo erg veel bekend. Tobias (1918) uit Zwijndrecht was pas 25 jaar oud toen hij op 31 maart 1944 in Auschwitz is omgekomen. Zijn vrouw, Judith Swelheim (1917) uit Amsterdam, was een jaar ouder dan Tobias. Zij werd samen met hun zoontje van twee jaar oud op 19 november 1943 in Auschwitz vermoord.

3 juli 1918 Dordtsche Courant

We weten dat Tobias op 22 juni 1918 op de Ringdijk 360 in Zwijndrecht werd geboren als zoon van de joodse slager Abraham den Hartog en zijn vrouw Rachel.

In de Dordtsche Courant van 3 juli 1918 lezen we het volgende bericht van de burgerlijke stand in Zwijndrecht:

 

 

Als Tobias in 1931 de 13-jarige leeftijd heeft bereikt, wordt hij een ‘bar mitswa’. (Wanneer een joodse jongen de leeftijd van dertien jaar bereikt, wordt hij verantwoordelijk onder de joodse wet. Op dat moment wordt de jongen een ‘bar mitswa’ ) Zo’n gebeurtenis wordt volgens de traditie feestelijk gevierd.

juni 1931 bar mitswa (1) juni 1931 bar mitswa (2)

26 juni 1931 Nieuw Israelietisch Weekblad

We lezen in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 26 juni 1931 zelfs dat er ter gelegenheid van de feestelijke gebeurtenis een receptie plaatsvindt. En wel in zijn ouderlijk huis aan de Ringdijk 360 op zondagmiddag 5 juli 1931.

 

 

 

 

Uit oude documenten blijkt Tobias meerdere diploma’s te hebben gehaald: ULO, typen, handelscorrespondentie en boekhouden. Dat verklaart de losse opmerking op een teruggevonden ‘stamkaart’ van hem uit 1942 waar staat: “administratieve kracht”. Verder lezen we op diezelfde stamkaart nog enkele korte aanvullende aantekeningen: “flink, kan goed omgaan met publiek…” Hij lijkt een geboren handelaar.

Hoe en wanneer precies Tobias zijn aanstaande vrouw heeft ontmoet valt niet meer te achterhalen. We hebben kunnen nagaan dat hij vertegenwoordiger van een meubelfabriek is geweest. Daarom ligt het voor de hand te veronderstellen dat hij op een van zijn reizen door het land Judith Swelheim in Amsterdam heeft leren kennen. Immers zijn aanstaande schoonfamilie Swelheim zat ook helemaal in de meubelhandel. Tobias’ aanstaande schoonvader Benjamin Swelheim had een agentuur in meubels in Amsterdam. Hij was een soort handelsagent, een vertegenwoordiger in meubels. Joseph Swelheim, de broer van Judith, was eveneens van beroep handelsvertegenwoordiger. De handel zat kennelijk in het bloed van de familie Swelheim. Judith zelf was naaister van beroep.

Tobias en Judith den Hartog Swelheim

Tobias den Hartog en Judith Swelheim zijn kort na het uitbreken van de oorlog op 23 mei 1940 in Amsterdam getrouwd. Hij was op dat moment 21 jaar oud, zij was al 23 jaar. Bij hun huwelijk zijn Tobias z’n ouders uit Zwijndrecht niet aanwezig geweest. Kennelijk was het voor hen te ver of te omslachtig om de hele reis van Zwijndrecht naar Amsterdam te ondernemen. Maar zij hadden in elk geval wel schriftelijk toestemming gegeven voor het huwelijk.

 

 

 

In de Tijd van 29 mei 1940 lezen we onderstaand familiebericht:

29 mei 1940 de Tijd

 

 

 

 

We kunnen in documenten terugvinden dat Tobias op enig moment lid werd van de Joodse Raad voor Amsterdam afdeling Dordrecht, als assistent administrateur (Afdeling Hulp aan Vertrek, Kantoor Lijnbaansgracht.) De precieze datum van wegvoering uit de Juliana van Stolbergstraat 25 is 9 november 1942. Hij werd gedwongen zich met zijn gezin in Amsterdam te vestigen. Ook is zeker dat hij op 24 juli 1943 naar Kamp Westerbork is gedeporteerd en daar verbleef in barak 62. Maar vreemd genoeg is hij daarna weer uit Kamp Westerbork vrijgelaten en opnieuw in Amsterdam terechtgekomen, op het adres WF President Brandstraat 44 bij zijn schoonouders, in de buurt van het Oosterpark. We weten dat dit op 18-9-1943 is gebeurd. Hij was toen vergezeld van zijn vrouw en kind. Door zijn werk voor de Joodse Raad had hij een zogenaamde ‘Ausnahme Bescheinigung’, een document dat hem en zijn gezin een (tijdelijke) vrijstelling van deportatie verschafte. Dit is vermoedelijk ook de reden dat hij uit het kamp naar Amsterdam kon gaan. Hij behoorde tot de groep leden van de Joodse raad die als laatste zijn opgepakt. Dit was op 29 september 1943. Tobias den Hartog was daar niet bij.

Hij wordt later met zijn gezin opnieuw opgepakt. Zij komen op 9 oktober 1943 andermaal in Kamp Westerbork terecht, deze keer in barak 67. Een strafbarak. Vermoedelijk heeft hij getracht onder te duiken en is opgepakt. Zijn schoonouders zijn al eerder opgepakt en op 24 augustus 1943 op transport gesteld. Met het transport van 16 november 1943 zijn Tobias en zijn gezin naar Auschwitz gedeporteerd, alwaar Judith met haar zoontje Abraham direct zijn vermoord. Tobias is daar vermoedelijk eerst tewerkgesteld als dwangarbeider, maar hij stierf uiteindelijk onder onbekende omstandigheden eind maart 1944.

 Toelichting over de vader van Judith Swelheim: Benjamin Swelheim
In Het Joodsche Weekblad van december 1941 is een kort berichtje geplaatst naar aanleiding van de viering van de zestigste verjaardag van Benjamin Swelheim op 10 december 1941. Benjamin Swelheim was Kerkvoogd van de Lekstraat-synagoge in Amsterdam.
Het bericht luidde: ‘De heer Swelheim, die voor de oprichting der gemeentesynagoge in Plan-Zuid veel pionierswerk in dit stadsdeel heeft verricht als bestuurslid der vereniging Benei Teimon en een ijverig propagandist was voor synagogebezoek en het verstrekken van godsdienstonderwijs aan de Joodsche jeugd, heeft zich dien dag in veler belangstelling mogen verheugen’.
Het Joodsche Weekblad, 12 december 1941, 8enjamin Swelheim Het Joosche Weekblad 12 december 1041